ECLI:NL:RBROT:2011:BQ3991
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wegens onjuiste eisende partij en weigering rectificatie
In deze zaak stond de vraag centraal of een onjuiste partijaanduiding in een dagvaarding kan worden gecorrigeerd. Eiser had een vordering ingesteld op persoonlijke titel, terwijl de feitelijke vordering toebehoorde aan een besloten vennootschap waarvan eiser enig aandeelhouder was. Gedaagde betwistte de mondelinge afspraak over kostendeling en stelde dat hij door de wisseling van eisende partij in zijn procespositie werd geschaad.
De rechtbank oordeelde dat rectificatie van de eisende partij slechts mogelijk is indien de vergissing kenbaar was voor gedaagde, hij daardoor niet wordt benadeeld en de rectificatie tijdig plaatsvindt. In deze zaak was niet gebleken dat gedaagde de vergissing eerder had kunnen herkennen. Bovendien was niet duidelijk welke rechtsrelatie tussen eiser en de vennootschap bestond, waardoor gedaagde onvoldoende duidelijkheid had over wie hem in rechte betrof.
Daarom werd het verzoek tot rectificatie van de eisende partij geweigerd. Omdat de vordering niet door eiser persoonlijk kon worden ingesteld, werd hij niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd eiser veroordeeld in de proceskosten van gedaagde, vastgesteld op €300 aan salaris gemachtigde. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter W.F. Lubberink.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste eisende partij en rectificatie wordt geweigerd.