ECLI:NL:RBROT:2011:BP9508
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Houweling
- A. van ‘t Laar
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WW-uitkering wegens ernstig plichtsverzuim politieambtenaar
Eiser, een politieambtenaar, werd geschorst en ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder het raadplegen en verstrekken van vertrouwelijke politie-informatie voor privédoeleinden. Na schorsing en inhouding van loon diende eiser een aanvraag in voor een WW-uitkering, die door verweerder werd geweigerd op grond van verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank oordeelt dat de weigering van de WW-uitkering aanvankelijk op een onjuiste wettelijke grondslag was gebaseerd, namelijk artikel 24, tweede lid, aanhef en onder a, van de WW. De juiste grondslag was artikel 24, eerste lid, aanhef en onder b, ten derde, van de WW. Dit leidt tot vernietiging van het bestreden besluit.
Desondanks stelt de rechtbank vast dat het besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en dat het strafrechtelijk onderzoek en overige stukken voldoende bewijs leveren dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim. Dit rechtvaardigt het blijvend geheel weigeren van de WW-uitkering. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven daarom in stand.
Eiser heeft geen omstandigheden aangevoerd die het verwijt in overwegende mate zouden kunnen ontzenuwen. De rechtbank wijst het beroep toe, vernietigt het besluit, maar handhaaft de rechtsgevolgen. Er is geen aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege ernstig plichtsverzuim.