ECLI:NL:RBROT:2011:BP8966
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vrijstelling en bouwvergunning voor acht eengezinswoningen in Hoek van Holland
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hoek van Holland om vergunninghoudster vrijstelling te verlenen op grond van artikel 19, tweede lid, van de WRO en een reguliere bouwvergunning voor acht eengezinswoningen te verlenen. Het bouwplan paste niet binnen het bestemmingsplan, maar de vrijstelling was gerechtvaardigd gezien het beleid van gedeputeerde staten en de ruimtelijke onderbouwing.
Eiser voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn belangen, waaronder het verlies van groen, hinderlijke schaduwwerking, en de nabijheid van de nieuwbouw tot zijn uitbouw, alsmede dat alternatieve locaties niet waren onderzocht. De rechtbank oordeelde dat het verlies aan groen en het uitzicht beperkt waren en dat de schaduwwerking niet onaanvaardbaar was, mede gelet op de schaduwstudies. Ook was de afwijking van de zijtuin naar een voetpad gerechtvaardigd.
De welstandscommissie had het bouwplan positief beoordeeld en eiser had geen deskundig tegenadvies geleverd. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit niet in strijd was met het bestemmingsplan, de welstandscriteria, of andere wettelijke voorschriften. De belangenafweging was zorgvuldig gemaakt en de vrijstelling was binnen de discretionaire bevoegdheid van verweerder genomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de verleende vrijstelling en bouwvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.