ECLI:NL:RBROT:2011:BP7381
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Mentink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering koper wegens overschrijding klachttermijn en ontbreken vertegenwoordigingsbevoegdheid makelaar
De zaak betreft een geschil over de koop van een appartementencomplex waarbij koper ISR gebreken aan het complex stelde die niet binnen bekwame tijd aan verkopers waren gemeld. ISR had de gebreken kort na levering van het complex ontdekt maar stelde deze pas ruim twee jaar later schriftelijk aan verkopers bekend. De rechtbank oordeelde dat de klachttermijn van artikel 7:23 lid 1 BW Pro was overschreden, waardoor ISR geen beroep meer kon doen op non-conformiteit.
Daarnaast stelde ISR dat de klachten aan de verkopende makelaar en een medewerker van een aan verkopers gelieerde organisatie waren gemeld, maar de rechtbank oordeelde dat deze partijen niet als vertegenwoordigers van verkopers konden worden beschouwd. Er was geen sprake van een gerechtvaardigd vertrouwen dat de makelaar of medewerker vertegenwoordigingsbevoegd waren, waardoor de klachten niet als mededeling aan verkopers konden gelden.
De rechtbank concludeerde dat de eerste kennisgeving aan verkopers pas plaatsvond met de brief van 31 december 2008, wat te laat was. Hierdoor kon ISR haar vorderingen wegens non-conformiteit, wanprestatie en dwaling niet toewijzen. ISR werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van koper af wegens overschrijding van de klachttermijn en ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid van de makelaar.