ECLI:NL:RBROT:2011:BP7058
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens ontbreken overeenkomst zelfrealisatie en onrechtmatige beslaglegging
De rechtbank Rotterdam behandelde een civiele zaak over de vraag of tussen Nedprom, [eiser sub 2 en eiseres sub 3] en gedaagden een overeenkomst tot gezamenlijke zelfrealisatie van percelen was gesloten. Eisers stelden dat na langdurige onderhandelingen een driepartijen-overeenkomst tot stand was gekomen, althans dat het afbreken van de onderhandelingen onaanvaardbaar was en schadeplichtigheid veroorzaakte.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende concrete feiten en omstandigheden waren gesteld om het bestaan van een bindende overeenkomst aan te nemen. Correspondentie en e-mails toonden aan dat partijen niet tot wilsovereenstemming waren gekomen en dat gedaagden vrij waren de onderhandelingen af te breken zonder schadeplichtig te zijn. De rechtbank wees erop dat het initiatief bij eisers lag en dat zij zich tijdig hadden moeten vergewissen van de bereidheid van gedaagden tot binding.
Daarnaast verklaarde de rechtbank dat de conservatoire beslagen die Nedprom en [eiser sub 2 en eiseres sub 3] op de percelen van gedaagden hadden gelegd onrechtmatig waren. Eisers werden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan gedaagden wegens deze beslagen. De proceskosten werden aan de zijde van gedaagden aan eisers opgelegd. De vorderingen van eisers werden afgewezen, terwijl de vorderingen van gedaagden in reconventie werden toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens ontbreken overeenkomst en veroordeelt eisers tot schadevergoeding voor onrechtmatige beslaglegging.