ECLI:NL:RBROT:2011:BP6549
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schending mededelingsplicht bij koop perceel bouwland met aanslag landinrichtingsrente
Eiser kocht in 1999 een perceel bouwland dat betrokken was in een ruilverkavelingsplan. Na ontvangst van een aanslag landinrichtingsrente in 2002 stelde eiser dat verkoper nagelaten had hem hierover te informeren, wat een schending van de mededelingsplicht inhoudt. De rechtbank kwalificeert dit als een rechtsgebrek op grond van artikel 7:15 BW Pro, waardoor de kortere verjaringstermijn van artikel 7:23 BW Pro niet van toepassing is, maar de algemene termijn van artikel 3:310 BW Pro.
Gedaagden voerden verjaring aan en stelden dat eiser op de hoogte was van de situatie vanwege de transportakte en zijn functie bij de Rabobank. De rechtbank oordeelt echter dat eiser geen onderzoeksplicht had en dat de verjaring rechtsgeldig is gestuit door meerdere schriftelijke aanmaningen. De mededeling in de transportakte was onvoldoende om de aanslag als aanvaard te beschouwen.
De rechtbank wijst de vordering van eiser toe tot een schadevergoeding van € 13.191,28, bestaande uit een koopprijsvermindering, betaalde landinrichtingsrente en gederfde rente. Daarnaast worden wettelijke rente en gedeeltelijke buitengerechtelijke kosten toegewezen. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verkoper wordt veroordeeld tot schadevergoeding van € 13.191,28, wettelijke rente en proceskosten wegens schending mededelingsplicht over aanslag landinrichtingsrente.