ECLI:NL:RBROT:2011:BP6531
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring van vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag op zeeschip
Eiseressen, twee Chinese rederijen, vorderen schadevergoeding van drie Rotterdamse vennootschappen wegens het onrechtmatig leggen en in stand houden van conservatoir beslag op het zeeschip 'Xin An Jiang'. Het beslag werd gelegd in juni 1993 en opgeheven tegen zekerheidstelling door middel van Clubgaranties.
De rechtbank stelt vast dat de vordering tot schadevergoeding onder de vijfjarige verjaringstermijn van artikel 3:310 BW Pro valt en dat de verjaringstermijn is gaan lopen uiterlijk op 30 juli 1993, toen de Clubgaranties werden gesteld. Omdat eiseressen geen stuiting van verjaring hebben verricht vóór 31 juli 2008, is de schadevergoedingsvordering verjaard.
De rechtbank overweegt dat het beroep op verjaring niet onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, ondanks de trage procedure van gedaagden in de hoofdzaak. De vordering tot verklaring voor recht dat het beslag onrechtmatig was en dat de Clubgaranties onterecht worden vastgehouden, valt onder de twintigjarige verjaringstermijn en is niet verjaard.
De rechtbank kan deze vordering echter nog niet inhoudelijk beoordelen vanwege de nog lopende hoofdzaak. De procedure wordt aangehouden en partijen wordt gevraagd zich uit te laten over de voortzetting. Tussentijds hoger beroep wordt toegestaan.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens het beslag is verjaard; de vordering tot verklaring voor recht is niet verjaard en de procedure wordt aangehouden.