ECLI:NL:RBROT:2011:BP5593
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Premierestitutie op grond van bonusclausule bij continuatie van verzekering
In deze zaak staat de uitleg van een bonusclausule in een verzekeringspolis centraal, waarin een premierestitutie wordt toegekend indien over een verzekeringsjaar minder dan 60% van de brutopremie aan schade is uitgekeerd en de verzekering wordt gecontinueerd via dezelfde tussenpersoon.
De verzekeraar (ALE) stelt dat aan de voorwaarden van de bonusclausule is voldaan, terwijl eiseres betwist dat zij als tussenpersoon gehouden is tot betaling van de bonus en dat de continuatie van de polis slechts onder voorbehoud is geaccepteerd. De rechtbank stelt vast dat het voorbehoud uitsluitend ziet op premie en voorwaarden en niet op de bonusclausule zelf.
De rechtbank legt uit dat de bonusclausule onverkort van toepassing is voor het verzekeringsjaar 2006, omdat aan alle voorwaarden, waaronder de continuatie via dezelfde tussenpersoon, is voldaan. Het verweer dat de bonus afhankelijk zou zijn gesteld van een nog openstaand schadegeval in Italië wordt verworpen.
Verder wordt geoordeeld dat de vordering van eiseres in conventie wordt verrekend met de vordering van ALE in reconventie, waardoor de vordering van eiseres wordt afgewezen en de vordering van ALE gedeeltelijk wordt toegewezen. Eiseres wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan ALE.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van ALE gedeeltelijk toe en wijst de vordering van eiseres af, met veroordeling in proceskosten.