ECLI:NL:RBROT:2011:BP5372
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kort geding over eigendom en afgifte schilderij Gezicht op Delfshaven
In deze zaak vordert Sparta Rotterdam B.V. de afgifte van het schilderij 'Gezicht op Delfshaven', waarvan zij stelt eigenaar te zijn. Gedaagde betwist dit en stelt het schilderij te hebben verkregen nadat het in 1997 bij een verbouwing verloren zou zijn gegaan. Sparta beroept zich op haar eigendomsrecht en het recht op revindicatie, terwijl gedaagde aanvoert dat Sparta het bezit heeft prijsgegeven en hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op eigendom.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een definitieve beslissing over eigendom pas in de bodemprocedure kan worden genomen. Voorlopig wordt beoordeeld of Sparta het bezit heeft prijsgegeven of dat gedaagde daarop mocht vertrouwen, waarbij alle feitelijke omstandigheden relevant zijn. De stellingen van partijen over de wijze waarop het schilderij in handen van gedaagde is gekomen, zijn tegenstrijdig en kunnen in kort geding niet definitief worden vastgesteld.
De rechter wijst de gevorderde afgifte aan Sparta af, mede vanwege het vermoeden van eigendom van de bezitter en het ontbreken van overtuigend bewijs van Sparta. Wel wordt een maatregel getroffen waarbij gedaagde wordt verplicht het schilderij aan een derde, een bewaarder, af te geven. Dit waarborgt het belang van Sparta zonder het financiële belang van gedaagde te schaden. De kosten van bewaring komen voor rekening van Sparta. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De gevorderde afgifte van het schilderij aan Sparta wordt afgewezen, maar gedaagde wordt verplicht het schilderij aan een derde in bewaring te geven.