ECLI:NL:RBROT:2011:BP0954
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Janssen
- Sikkel
- Koekebakker
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in loverboy-zaak wegens gebrek aan wettig bewijs
De rechtbank Rotterdam behandelde een strafzaak tegen verdachte en zes medeverdachten in een omvangrijke loverboy-zaak. De ten laste gelegde feiten betroffen geweld, verkrachtingen binnen een relatie en bezit van cocaïne. De bewijsvoering was hoofdzakelijk gebaseerd op de verklaring van de aangeefster, zonder voldoende bijkomend bewijs dat in een relatie van betekenis stond tot de ten laste gelegde feiten.
De rechtbank oordeelde dat de unus testis-regel van toepassing was, waardoor één getuige onvoldoende is voor een veroordeling zonder aanvullend bewijs. De gepresenteerde bijkomende feiten en omstandigheden waren te algemeen en stonden te ver af van de ten laste gelegde feiten om als steun te dienen. Ook het bezit van cocaïne kon niet bewezen worden, omdat de aangetroffen cocaïne niet aan verdachte toerekenbaar was en de belastende verklaring van een getuige met een belangenconflict en psychische problematiek onvoldoende betrouwbaar was.
De officier van justitie had vrijspraak gevorderd voor het bezit van cocaïne en de rechtbank volgde dit. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot immateriële schadevergoeding. De verdachte werd vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten van de verdediging, welke nihil werden begroot.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan wettig bewijs.