ECLI:NL:RBROT:2011:BP0420
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen aannemer wegens ontbreken spoedeisend belang en grondslag
In deze kortgedingprocedure vordert de aannemer [eiser] diverse prestaties van de opdrachtgever STR c.s., waaronder het aantonen van vertegenwoordigingsbevoegdheid, het stellen van aanvullende zekerheid voor de financiële middelen, het aantonen van aan de aannemer toe te rekenen vertraging en betaling van rente wegens te late betaling.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen onduidelijkheid bestaat over de vertegenwoordigingsbevoegdheid van STR c.s. en dat de aannemer onvoldoende spoedeisend belang heeft bij de gevorderde duidelijkheid hierover. De vordering tot het stellen van aanvullende zekerheid wordt afgewezen omdat daarvoor geen wettelijke of contractuele grondslag bestaat, ondanks de vrees van de aannemer over de financiële positie van STR c.s. De vordering tot het aantonen van vertraging waarvoor STR aansprakelijk zou zijn, wordt eveneens afgewezen wegens het ontbreken van een wettelijke of contractuele basis.
Ten aanzien van de gevorderde betaling van rente wegens te late betaling stelt de rechter dat het spoedeisend belang ontbreekt, mede omdat de vordering betwist wordt en de rechter terughoudendheid betracht bij het toewijzen van geldvorderingen in kort geding. De proceskosten worden aan de zijde van STR c.s. begroot op EUR 1.376 en de vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: De vorderingen van de aannemer worden afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang en een wettelijke of contractuele grondslag.