ECLI:NL:RBROT:2010:BW5547
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soutendijk- Van Appeldoorn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voogdij en hoofdverblijfplaats minderjarige wegens gezagsvacuüm en pedagogische bezwaren
De rechtbank Rotterdam behandelde op 11 februari 2010 de verzoeken van pleegouders tot voogdij en hoofdverblijfplaats van een minderjarige. De minderjarige was sinds 2005 bij verzoekers in pleegzorg, maar de adoptie was niet rechtsgeldig volgens Nederlands recht. De biologische ouders hadden valse geboorteaangifte gedaan en de situatie leidde tot een gezagsvacuüm.
De Raad voor de Kinderbescherming had geadviseerd de voogdij toe te wijzen aan een neutrale stichting vanwege onvoldoende pedagogische vaardigheden van verzoekers en de voortdurende strijd tussen verzoekers en de biologische moeder, wat schadelijk was voor de ontwikkeling van de minderjarige. De rechtbank volgde dit advies en wees de verzoeken af.
Verzoekers stelden dat de minderjarige psychische schade leed door de plaatsing in een neutraal pleeggezin en dat het hechtingsproces bij hen voltooid was. De rechtbank oordeelde echter dat de bijzondere omstandigheden en het complexe verleden van de minderjarige, gecombineerd met de conflicten, een andere beslissing rechtvaardigden.
De rechtbank benadrukte dat het belang van de minderjarige voorop staat en dat de pedagogische vaardigheden van verzoekers onvoldoende waren aangetoond. Het verzoek tot voogdij en herplaatsing werd daarom afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoeken tot voogdij en plaatsing bij verzoekers worden afgewezen vanwege pedagogische bezwaren en conflicten die het belang van de minderjarige schaden.