ECLI:NL:RBROT:2010:BQ8153
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende onderzoek naar gevolgen natuurvriendelijke oever voor glastuinbouwbedrijf
Eiser exploiteert een glastuinbouwbedrijf grenzend aan een watergang waar een natuurvriendelijke oever is aangelegd. Verweerder verleende achteraf vergunning voor deze aanleg, maar eiser maakte bezwaar vanwege schade aan zijn bedrijf door toename van padden en binnenwaaien van riet.
Na eerdere procedures en vernietigingen van besluiten, heeft verweerder een rapport laten opstellen door GAB Robins Takkenberg B.V. dat zes aanbevelingen deed, waarvan drie in de vergunning zijn opgenomen. Eiser stelt dat deze maatregelen onvoldoende zijn om de schade te voorkomen, vooral door de paddenoverlast.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar het mogelijke causaal verband tussen de aanleg van de oever en de toename van padden op het bedrijf van eiser. Het rapport biedt geen overtuigende onderbouwing dat er geen verband is. Verweerder krijgt daarom acht weken de tijd om aanvullend onderzoek te doen, bij voorkeur door een deskundige bioloog, en de belangen opnieuw af te wegen.
Eiser kan vervolgens binnen vier weken na herstel van het gebrek zijn zienswijze indienen. De rechtbank benadrukt dat het verlenen van de vergunning een bevoegdheid is van verweerder waarbij een zorgvuldige belangenafweging vereist is. Deze tussenuitspraak beperkt zich tot het herstel van het onderzoeksgebrek en kan alleen samen met de einduitspraak in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: Verweerder krijgt acht weken de tijd om aanvullend onderzoek naar de gevolgen van de oeveraanleg te verrichten en de belangen opnieuw af te wegen.