ECLI:NL:RBROT:2010:BP8396
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.L. de Gruijl-van Benthem
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot medewerking ontbinding religieus huwelijk na echtscheiding
Partijen zijn in 2002 in het burgerlijk huwelijk getreden en in 2009 gescheiden. De vrouw vordert dat de man zijn medewerking verleent aan de ontbinding van het religieuze huwelijk, omdat hij dit weigert en zij zich gevangen voelt in dit huwelijk. De man betwist het bestaan van een religieus huwelijk en weigert medewerking.
De rechtbank oordeelt dat de vrouw een bewijsstuk heeft van de eerste religieuze ceremonie en getuigen kunnen verklaren dat deze heeft plaatsgevonden. Ook is er een tweede religieuze ceremonie geweest met familie en getuigen. De man erkent de burgerlijke echtscheiding maar stelt dat het Pakistaanse recht geen religieus huwelijk kent en dat de ceremonie geen officiële status heeft.
De voorzieningenrechter stelt dat de man zich onrechtmatig gedraagt door zijn medewerking te weigeren, omdat hij de vrouw gevangen houdt in wat zij ervaart als een religieus huwelijk. De vordering wordt toegewezen met een dwangsom, maar lijfsdwang wordt afgewezen als te zwaar middel. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: De man wordt bevolen mee te werken aan de ontbinding van het religieuze huwelijk onder dreiging van een dwangsom.