ECLI:NL:RBROT:2010:BP4555
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst wegens sluiting gehuurde op grond van Opiumwet
De huurovereenkomst tussen partijen is buitengerechtelijk ontbonden door de verhuurder nadat de burgemeester het gehuurde op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor zes maanden heeft gesloten vanwege overlast door drugshandel en drugsgebruik.
De huurder heeft bezwaar gemaakt tegen de sluiting en de ontbinding, maar heeft geen bindende bestuursrechtelijke beslissing afgewacht en geen tegenbewijs geleverd tegen de vastgestelde overlast. De rechtbank oordeelt dat ontbinding zonder tekortkoming van de huurder mogelijk is en dat de ontbinding niet onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
De huurder is veroordeeld tot betaling van de huurachterstand tot en met september 2009, de huurprijs vanaf november 2009 tot de ontbinding en een schadevergoeding over de periode van sluiting wegens het niet kunnen verhuren. De vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat het gehuurde gesloten is en de huurder niet meer woont op het adres.
De huurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst is rechtsgeldig buitengerechtelijk ontbonden en de huurder is veroordeeld tot betaling van huurachterstand, huurprijs en schadevergoeding.