ECLI:NL:RBROT:2010:BP2355
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid EarlyBird-programma wegens strijd met voertaal Nederlands in basisonderwijs
De Stichting Taalverdediging heeft de Stichting BOOR en de gemeente Rotterdam gedagvaard wegens het uitvoeren van het EarlyBird-programma, dat Engels als instructietaal gebruikt op openbare basisscholen. Eiseres stelt dat dit in strijd is met artikel 9 lid 10 van Pro de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), waarin is bepaald dat het onderwijs in het Nederlands gegeven moet worden, met enkele uitzonderingen die hier niet van toepassing zijn.
De Stichting BOOR voert het EarlyBird-programma sinds 2003 uit, waarbij in verschillende groepen Engels wordt aangeboden als vak en deels ook als voertaal in andere vakken. De gemeente Rotterdam is verantwoordelijk voor het openbaar onderwijs en benoemt het bestuur van Stichting BOOR. Eiseres beroept zich op artikel 3:305a BW voor een collectieve actie ter bescherming van het algemeen belang, namelijk het behoud van het Nederlands als voertaal.
De rechtbank oordeelt dat eiseres ontvankelijk is in haar vordering, zowel namens zichzelf als belangenorganisatie. De rechtbank stelt vast dat de huidige wetgeving geen ruimte laat voor Engels als voertaal, behalve in de expliciet genoemde uitzonderingen. De minister en de Onderwijsraad erkennen dat Engels als deelvoertaal mogelijk wordt in een pilot, maar het is onduidelijk of het EarlyBird-programma daaronder valt.
De rechtbank gelast een comparitie van partijen om nadere toelichting te geven over het aantal uren Engels en de wijze van instructie, en staat nader bewijs en deskundigenbericht toe. De procedure wordt aangehouden voor verdere beslissing. Het vonnis is gewezen door drie rechters en op 24 november 2010 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor nadere bewijsvoering en toelichting over het EarlyBird-programma en de voertaal in het basisonderwijs.