ECLI:NL:RBROT:2010:BP0466
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijsbeoordeling over toezegging grace-periode bij onderdekking effectenportefeuille
In deze civiele zaak draait het om kredieten verstrekt door Fortis aan eisers voor beleggingen met geleend geld, waarbij door waardedalingen dekkingstekorten ontstonden. Eisers stelden dat Fortis in 2001 een grace-periode van vijf jaar had toegezegd om de waardevermindering te herstellen zonder aanvullende zekerheden te verlangen.
Tijdens het proces zijn diverse getuigenverklaringen gehoord, waaronder van eisers, hun familieleden en vertegenwoordigers van Fortis. De verklaringen over de toezegging van de grace-periode waren tegenstrijdig en niet ondersteund door schriftelijke stukken. De rechtbank kon geen doorslaggevende bewijskracht toekennen aan de stellingen van eisers.
De rechtbank concludeerde dat eisers niet in hun bewijs zijn geslaagd en wees hun vorderingen af. Daarnaast is de vordering van Fortis tot betaling van het liquidatietekort van ruim €1,1 miljoen opeisbaar, maar Fortis moet nog nadere onderbouwing geven over de hoofdelijkheid en de verdeling van aansprakelijkheid onder de gedaagden. De zaak is verwezen voor het nemen van een akte door Fortis en een antwoordakte door eisers.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eisers af wegens onvoldoende bewijs voor een toegezegde grace-periode en verwijst de zaak voor nadere onderbouwing van aansprakelijkheid.