ECLI:NL:RBROT:2010:BO9898
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- P.H. Veling
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in voorlopige hechteniszaak
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters die haar zaak behandelden, nadat haar verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis met een standaardmotivering werd afgewezen. Zij vreesde dat de rechters vooringenomen waren en slechts het standpunt van het Openbaar Ministerie volgden zonder eigen inhoudelijke afweging.
De wrakingskamer heeft het dossier bestudeerd, de rechters en partijen gehoord en geoordeeld dat er geen aanwijzingen zijn voor subjectieve onpartijdigheid of objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Het gebruik van een standaardmotivering bij het afwijzen van het verzoek tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis is volgens de rechtbank algemeen geaccepteerd en impliceert geen gebrek aan onafhankelijkheid.
De rechtbank benadrukt dat de wrakingskamer niet de inhoudelijke beslissing van de rechters kan toetsen, maar slechts toetst aan het criterium van onpartijdigheid. Omdat geen uitzonderlijke omstandigheden zijn vastgesteld, is het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen op 6 december 2010.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.