ECLI:NL:RBROT:2010:BO8205
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Civiele procedure over onrechtmatige daad, verjaring en gezag van gewijsde in vennootschapsgeschil
Deze civiele procedure betreft een geschil tussen broers en hun vennootschappen over de ontbinding van een vennootschap onder firma en de financiële afwikkeling daarvan. Eisers vorderen betaling van openstaande bedragen en schadevergoeding wegens vermeend onrechtmatig handelen door gedaagden en arbiters.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen tegen arbiters verjaard zijn, omdat eisers reeds in 2000 bekend waren met de schade en de arbiters als aansprakelijke partijen. De vorderingen tegen gedaagden sub 1, 2 en 3 zijn niet verjaard omdat de eisers pas in 2004 voldoende bekend waren met de schade en aansprakelijkheid.
Het gezag van gewijsde van eerdere uitspraken tussen eisers en gedaagde sub 3 wordt bevestigd, waardoor vorderingen tegen deze gedaagde worden afgewezen. De rechtbank beveelt gedaagden sub 1 en 2 om nadere informatie te verstrekken over transacties en financiële gegevens, waarna verdere beslissing volgt.
De vorderingen tegen arbiters worden afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten. De procedure tegen gedaagden sub 1 en 2 wordt aangehouden voor nadere informatieverstrekking en conclusie na tussenvonnis.
Uitkomst: Vorderingen tegen arbiters worden afgewezen wegens verjaring; vorderingen tegen gedaagde sub 3 afgewezen op grond van gezag van gewijsde; nadere informatie wordt bevolen van Staalharderij B.V. en [gedaagde sub 2].