ECLI:NL:RBROT:2010:BO7279
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vordering op grond van artikel 843a Rv inzake overlegging fiscale bescheiden
In deze civiele procedure vorderen de gedaagden op grond van artikel 843a Rv de overlegging van diverse fiscale bescheiden van eisers, die nodig zijn voor de onderbouwing van hun verweer in de hoofdzaak. De rechtbank kwalificeert deze vordering als een incidentele vordering en behandelt deze voorafgaand aan de hoofdzaak.
De rechtbank beoordeelt per gevorderd stuk of aan de cumulatieve vereisten van artikel 843a Rv is voldaan, zoals het bestaan van bepaalde bescheiden, een rechtmatig belang en de rechtsbetrekking tussen partijen. Daarbij wordt onder meer overwogen dat stukken die niet concreet genoeg zijn omschreven of waarvan het bestaan onduidelijk is, niet toewijsbaar zijn. Tevens wordt het functionele verschoningsrecht van advocaten in acht genomen, waardoor bepaalde adviezen niet hoeven te worden overgelegd.
Uiteindelijk veroordeelt de rechtbank eisers tot overlegging van de notulen van vergaderingen van de raad van commissarissen en directie waarin de emigratie van eiser sub 1 is besproken, de belastingaanslagen inkomstenbelasting 1996-1999 van eiser sub 1 met rentenota’s, en de aanslag schenkingsrecht 2002 met rentenota’s. Voor deze bescheiden geldt een dwangsom bij niet-naleving. De overige gevorderde stukken worden afgewezen. De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak.
Uitkomst: Eisers worden veroordeeld tot overlegging van specifieke fiscale bescheiden binnen 40 werkdagen, met een dwangsom bij niet-naleving, terwijl overige gevorderde stukken worden afgewezen.