ECLI:NL:RBROT:2010:BO7164
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Politie aansprakelijk voor onzorgvuldig omgaan met twijfels over vindplaats overleden dochter
Eiser vorderde de rechtbank tot erkenning van onrechtmatig handelen door de politie bij het aanwijzen van de vindplaats van zijn in 1986 overleden dochter en tot schadevergoeding. De politie had in 2004 een verkeerde vindplaats aangewezen en de twijfels van eiser hierover genegeerd. De rechtbank oordeelde dat het aanwijzen van de verkeerde vindplaats op zich niet onrechtmatig was, maar dat het niet serieus nemen van de twijfels van eiser wel onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig was.
De rechtbank stelde vast dat de politie niet handelde in strijd met een wettelijke plicht, maar wel in strijd met ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer. Uit een deskundigenrapport bleek dat hoewel de aard van de psychische klachten van eiser door het politieoptreden was beïnvloed, de ernst en beperkingen daarvan niet waren verergerd. Hierdoor ontbrak het vereiste causaal verband voor immateriële schadevergoeding.
Wel werd aangenomen dat eiser materiële schade had geleden, omdat hij kosten had moeten maken om alsnog de juiste vindplaats aangewezen te krijgen. Deze kosten komen voor vergoeding in aanmerking. De politie werd veroordeeld tot vergoeding van deze materiële schade en in de proceskosten, terwijl de kosten van het deskundigenrapport voor rekening van eiser blijven.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldig omgaan met signalen van betrokkenen bij gevoelige zaken en bevestigt de hoge eisen die aan de politie worden gesteld bij de omgang met nabestaanden in ernstige strafzaken.
Uitkomst: Politie aansprakelijk voor onzorgvuldig handelen en vergoedt materiële schade, immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.