ECLI:NL:RBROT:2010:BO6309
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervoerovereenkomst en aansprakelijkheid voor vertraging en wachtdagen bij internationaal wegvervoer
De rechtbank Rotterdam heeft in deze zaak geoordeeld over een geschil tussen Basamro en NMT omtrent een vervoerovereenkomst voor internationaal wegvervoer van Polen naar Oekraïne.
Partijen waren het oneens over de toepasselijkheid van de Fenex-voorwaarden en de vergoeding van wachtdagen. De rechtbank oordeelde dat de Fenex-voorwaarden niet van toepassing zijn omdat zij niet uitdrukkelijk zijn overeengekomen en het beroep op bestendig gebruikelijk beding faalt. De overeenkomst werd gekwalificeerd als vervoerovereenkomst waarop de CMR en aanvullend Nederlands recht van toepassing zijn.
De rechtbank stelde vast dat Basamro haar vordering tot vergoeding van wachtdagen onvoldoende had gemotiveerd en dat de overeengekomen wachtdagen alleen betrekking hadden op wachttijd bij lossing in Odessa na twee dagen vrije lossing. Vertragingen elders in het traject vallen hier niet onder. De vordering van Basamro werd daarom afgewezen.
In reconventie vorderde NMT schadevergoeding wegens vertraagde belading omdat twee vrachtwagens pas op 21 augustus 2008 arriveerden, terwijl laden was overeengekomen op 19 en 20 augustus. De rechtbank oordeelde dat deze vertraging aan Basamro is toe te rekenen en dat zij de extra kosten van NMT, onderbouwd met een factuur van ALE Heavylift, moet vergoeden. Basamro werd veroordeeld tot betaling van € 8.151,50 aan NMT en in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Basamro wordt afgewezen en Basamro wordt veroordeeld tot betaling van € 8.151,50 aan NMT wegens vertraging bij laden.