ECLI:NL:RBROT:2010:BO5677

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
353403 / HA ZA 10-1421
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 210 lid 2 RvArt. 220 RvArt. 3:70 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen verplichting tot vrijwaring wegens verkeerde partij in civiele procedure

In deze civiele procedure vordert Geuzenstaete dat de vennootschap in vrijwaring wordt opgeroepen, omdat zij stelt dat niet de gedaagde maar de vennootschap opdrachtnemer is en aansprakelijk voor wanprestatie of onrechtmatige daad.

De rechtbank oordeelt dat er geen rechtsverhouding bestaat die een verplichting tot vrijwaring oplegt. De enkele afwijzing dat de vennootschap de contractspartij is, leidt niet tot een vrijwaringsverplichting. Geuzenstaete heeft geen feiten gesteld die dit anders maken, noch is er een wettelijke vrijwaringsplicht.

De rechtbank wijst de incidentele vordering af en stelt dat Geuzenstaete de vennootschap zelfstandig kan dagvaarden en eventueel de zaken kan voegen. Geuzenstaete wordt veroordeeld in de proceskosten, maar deze worden nihil begroot vanwege de korte conclusie van de wederpartij.

De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor conclusie van repliek.

Uitkomst: De vordering tot vrijwaring wordt afgewezen wegens het ontbreken van een verplichting tot vrijwaring.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 353403 / HA ZA 10-1421
Uitspraak: 3 november 2010
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
1. de BURGELIJKE MAATSCHAP PROJECT GEUZENSTAETE,
gevestigd te Brielle,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GEUZENSTAETE B.V.,
gevestigd te Spijkenisse,
3. [eiseres sub 3],
wonende te Hellevoetsluis,
eiseressen in de hoofdzaak,
eiseressen in het incident,
advocaat mr. M.C.V. Dornstedt,
- tegen -
[gedaagde],
wonende te Brielle,
gedaagde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. J. Kneppelhout.
Partijen in het incident worden hierna aangeduid als "Geuzenstaete" respectievelijk "[gedaagde]".
1 Het procesverloop
De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:
- dagvaarding d.d. 25 maart 2010 met producties;
- conclusie van antwoord met producties;
- incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van Geuzenstaete;
- conclusie van antwoord in het incident.
2 Het geschil in de hoofdzaak
2.1 In de hoofdzaak vordert Geuzenstaete onder meer veroordeling van [gedaagde] tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat. Aan die vordering legt Geuzenstaete ten grondslag het standpunt dat zij [gedaagde] in haar hoedanigheid van notaris opdracht heeft verstrekt tot het verrichten van verschillende rechtshandelingen met betrekking tot de exploitatie van een kantoorgebouw te Brielle en dat [gedaagde] in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van die opdracht is tekort geschoten dan wel in dat kader onrechtmatig jegens Geuzenstaete heeft gehandeld.
2.2 Bij conclusie van antwoord heeft [gedaagde] de stellingen van Geuzenstaete bestreden. Daartoe heeft zij onder meer aangevoerd dat Geuzenstaete de verkeerde partij heeft gedagvaard, nu niet [gedaagde] maar [vennootschap] B.V. (hierna: de vennootschap) de opdrachtnemer van Geuzenstaete is.
2.3 In dat verweer heeft Geuzenstaete aanleiding gezien bij incidentele conclusie te vorderen dat zij in de gelegenheid wordt gesteld de vennootschap in vrijwaring op te roepen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat – als in rechte komt vast te staan dat [gedaagde] niet in privé is aan te spreken – daaruit tevens volgt dat de vennootschap jegens Geuzenstaete aansprakelijk is uit hoofde van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad.
2.4 [gedaagde] heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3 De beoordeling in het incident
3.1 Op grond van artikel 210 lid 2 Rv Pro kan de eiser die meent gronden te hebben om iemand in vrijwaring op te roepen een daartoe strekkende vordering instellen. Van een verplichting tot vrijwaring is sprake indien een derde verplicht is de nadelige gevolgen voor de verliezende partij in de hoofdzaak op zich te nemen, zulks op grond van een rechtsverhouding tussen die verliezende partij en de derde.
3.2 Van een dergelijke tot vrijwaring verplichtende rechtsverhouding tussen een der partijen in de hoofdzaak en een derde is in dit geval geen sprake, althans het bestaan daarvan kan uit de stellingen van Geuzenstaete niet worden afgeleid. Niet valt immers in te zien dat de enkele afwijzing van de vordering van Geuzenstaete in de hoofdzaak op de grond dat niet [gedaagde] maar de vennootschap haar contractspartij is, leidt tot een verplichting tot vrijwaring van Geuzenstaete door de vennootschap. De rechtbank begrijpt de stellingen van Geuzenstaete in dit verband aldus dat zij (subsidiair) meent aanspraak te hebben op schadevergoeding door de vennootschap op grond van door deze gepleegde wanprestatie of onrechtmatige daad. Het enkele bestaan van een (contractuele) rechtsverhouding tussen Geuzenstaete en de vennootschap impliceert echter nog geen verplichting tot vrijwaring. Geuzenstaete heeft geen feiten gesteld die dat anders maken. Evenmin is sprake van een bij wet vastgestelde vrijwaringsverplichting voor een geval als hier aan de orde (anders dan bijvoorbeeld in het geval van iemand die onbevoegdelijk als vertegenwoordiger is opgetreden, zie artikel 3:70 BW Pro).
3.3 Voor toewijzing van de incidentele vordering bestaat dus geen wettelijke grondslag. Het komt de rechtbank voor dat in een geval als het onderhavige een andere weg wel aangewezen kan zijn. Geuzenstaete zou kunnen overgaan tot dagvaarding van de vennootschap, om vervolgens bij incidentele vordering te vorderen dat die zaak met de onderhavige wordt gevoegd (artikel 220 Rv Pro).
3.4 Als de in het ongelijk gestelde partij zal de rechtbank Geuzenstaete veroordelen in de proceskosten in het incident. De rechtbank begroot die proceskosten evenwel op nihil, nu [gedaagde] heeft volstaan met een zeer korte conclusie tot referte.
3.5 In de hoofdzaak zal de zaak worden verwezen naar de rol voor conclusie van repliek.
4 De beslissing
De rechtbank,
in het incident
wijst de vordering af;
veroordeelt Geuzenstaete in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol woensdag 15 december 2010 voor conclusie van repliek.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling.
Uitgesproken in het openbaar.
1980/1729