ECLI:NL:RBROT:2010:BO4787
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontruiming horecaruimte wegens onvoldoende gronden voor ontbinding huurovereenkomst
Woonstad Rotterdam vordert ontruiming van een horecabedrijfsruimte die zij verhuurt aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2]. De huurovereenkomst betreft een ruimte bestemd als coffeeshop, maar sinds 2008 exploiteert [gedaagde 1] de onderneming als eenmanszaak en is de verkoop van softdrugs gestaakt, waardoor het pand nu als theehuis wordt gebruikt.
Woonstad voert meerdere bezwaren aan, waaronder de wijziging van de rechtsvorm zonder toestemming, het gewijzigde gebruik van het pand en het weigeren van medewerking aan renovatiewerkzaamheden. De rechtbank oordeelt echter dat deze bezwaren onvoldoende grond bieden voor ontbinding van de huurovereenkomst. De wijziging van rechtsvorm en het gewijzigde gebruik zijn niet in strijd met de overeenkomst en de huurder is gehouden medewerking te verlenen aan renovatie, maar onredelijke financiële eisen kunnen niet worden afgedwongen in kort geding.
Ten aanzien van [gedaagde 2], die niet meer bij de exploitatie betrokken is maar formeel medehuurder blijft, is geen spoedeisend belang voor ontruiming vastgesteld. De rechtbank wijst daarom de vorderingen van Woonstad af en veroordeelt haar in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende gronden voor ontbinding van de huurovereenkomst.