ECLI:NL:RBROT:2010:BO4568
Rechtbank Rotterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting en vergoeding voor bouwrijp maken en infrastructurele werkzaamheden na kavelruil
In deze zaak staat centraal de overeenkomst inzake kavelruil tussen Gemeente Liesveld en de wederpartij, waarbij afspraken zijn gemaakt over bouwrijp maken en een exploitatiebijdrage voor infrastructurele werkzaamheden.
De rechtbank stelt vast dat de schriftelijke overeenkomst bepalend is en dat er onvoldoende bewijs is voor afwijkende afspraken over de omvang van het bouwrijp maken. De gemeente heeft de overeengekomen werkzaamheden deels uitgevoerd, zoals het dempen van sloten, en vordert betaling voor deze prestaties. De wederpartij betwist onder meer de omvang van de werkzaamheden en de rechtmatigheid van de exploitatiebijdrage.
De rechtbank oordeelt dat de exploitatieverordening niet is nageleefd, waardoor de exploitatieovereenkomst nietig is en geen grondslag biedt voor de gevorderde exploitatiebijdrage. Omdat de werkzaamheden niet ongedaan gemaakt kunnen worden, heeft de gemeente recht op vergoeding van de waarde van de prestaties, welke niet hoger is dan de exploitatieverordening toestaat.
De vorderingen van de gemeente tot betaling van de overeengekomen bedragen en wettelijke rente worden grotendeels toegewezen. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De tegenvordering van de wederpartij tot niet-geldendmaking van de aanspraken wordt deels toegewezen, met compensatie van proceskosten.
De uitspraak bevestigt het belang van schriftelijke afspraken en de beperkingen van niet-naleving van gemeentelijke verordeningen bij exploitatiebijdragen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de wederpartij tot betaling van de overeengekomen bedragen voor bouwrijp maken en infrastructurele werkzaamheden, met wettelijke rente, en wijst de vordering tot buitengerechtelijke kosten af.