ECLI:NL:RBROT:2010:BO4084
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en verjaring bij opvolgend vervoer van goederen onder CMR-verdrag
Deze civiele procedure betreft twee aan elkaar gevoegde zaken over aansprakelijkheid en verjaring in het kader van grensoverschrijdend wegvervoer van een container met leren jassen van Rotterdam naar Essen, Duitsland, onder toepassing van het CMR-verdrag.
De hoofdzaak draait om de vraag of Handico Transport B.V. en [eiser sub 1], beiden als opvolgend vervoerders, aansprakelijk zijn voor de diefstal van 1.270 jassen tijdens het overstaan van de container op een gehuurd terrein. Tevens is de vraag aan de orde of de vorderingen tot schadevergoeding zijn verjaard volgens artikel 32 CMR Pro, mede gelet op een Duitse rechterlijke uitspraak waarbij IHG Logistics is veroordeeld tot betaling aan de verzekeraar Barkmann.
De rechtbank stelt vast dat Handico en [eiser sub 1] als opvolgend vervoerders gelden en dat IHG Logistics verhaal kan nemen op [eiser sub 1], maar niet op Handico. De verjaringstermijn van één jaar voor verhaalvorderingen begint te lopen vanaf de datum van de Duitse rechterlijke uitspraak in 2008. De rechtbank wijst de vordering van Handico tot niet-aansprakelijkheid jegens IHG Fashion toe, omdat deze laatste geen rol heeft gespeeld in het vervoer. De zaak wordt verwezen naar de rol voor nadere uitlatingen over het stuiten of schorsen van de verjaring.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verklaring van niet-aansprakelijkheid jegens IHG Fashion toe en houdt verdere beslissingen aan voor nadere uitlatingen over verjaring en aansprakelijkheid.