ECLI:NL:RBROT:2010:BO4079
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F. Aukema - Hartog
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzet tegen dwangbevel wegens permanente bewoning recreatiewoning
In deze civiele procedure stond het verzet van opposante tegen een dwangbevel van de Gemeente Dirksland centraal, waarbij de vraag was of opposante haar recreatiewoning permanent bewoonde vanaf 1 december 2007. De Gemeente stelde dat de opgave van de recreatiewoning als 'eigen woning' in de aangiften inkomstenbelasting (IB) 2007 en 2008 bewijs leverde voor permanente bewoning.
Opposante voerde aan dat zij de woning niet als hoofdverblijf gebruikte en dat de opgave in de IB-aangiften niet automatisch permanente bewoning impliceert. Zij bracht verklaringen in over verblijf op andere adressen en bezorging van post aan de receptie van het recreatiepark. De Gemeente betwistte deze stellingen en handhaafde haar bewijsvoering.
De rechtbank overwoog dat de fiscale wetgeving en de formulering in de IB-aangiften duidelijk maken dat het opgeven van een woning als 'eigen woning' in box 1 duidt op anders dan tijdelijk gebruik als hoofdverblijf, oftewel permanente bewoning. Opposante had onvoldoende aannemelijk gemaakt waarom dit uitgangspunt niet op haar situatie van toepassing zou zijn.
Daarnaast achtte de rechtbank de combinatie van de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie, post- en rekeninggegevens en andere aanwijzingen voldoende bewijs voor permanente bewoning. De enkele omstandigheid dat opposante tijdelijk elders verbleef, was onvoldoende om het hoofdverblijf te verplaatsen.
Daarom werd het verzet afgewezen en opposante veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing tegen het bewijs van permanente bewoning.