ECLI:NL:RBROT:2010:BO3916
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid en bekrachtiging van interconnectie- en Rent-a-Switch-overeenkomsten tussen Unicom en KPN
In deze civiele zaak staat centraal of Unicom gebonden is aan twee overeenkomsten die door een onbevoegd vertegenwoordiger, [broer], namens Unicom zijn gesloten met KPN. KPN vordert betaling van openstaande facturen uit hoofde van deze overeenkomsten, terwijl Unicom betwist dat zij daaraan gehouden is vanwege onbevoegde vertegenwoordiging.
De rechtbank stelt vast dat hoewel [broer] onbevoegd was, KPN gerechtvaardigd mocht vertrouwen op bekrachtiging van de overeenkomsten door Unicom. Dit blijkt uit gedragingen zoals betalingen en het stellen van een bankgarantie. De rechtbank oordeelt dat Unicom de overeenkomsten heeft bekrachtigd en dus gehouden is tot betaling van het grootste deel van de openstaande facturen.
Verder wordt geoordeeld dat de RaS-overeenkomst eindigt van rechtswege tegelijk met de interconnectieovereenkomst op 30 juni 2008, waardoor Unicom niet gehouden is tot betaling van vergoedingen na die datum. De vordering van KPN voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Unicom wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Unicom wordt veroordeeld tot betaling van €24.177,70 met wettelijke rente en proceskosten, terwijl de vordering voor incassokosten wordt afgewezen.