ECLI:NL:RBROT:2010:BO3915
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid kosten bestuursdwang en vertrouwen in lonendheidsberekening door VvE
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of de Vereniging van Eigenaars (VvE) terecht aansprakelijk wordt gehouden voor de kosten van bestuursdwang door de gemeente Rotterdam. De VvE betwistte aanvankelijk diverse kostenposten, maar beperkte haar verzet later tot enkele algemene kosten zoals opname-, kraan- en containerkosten. De rechtbank gaat uit van de juistheid van het overzicht van werkzaamheden en kosten dat de gemeente heeft overgelegd.
De rechtbank beoordeelt vervolgens de redelijkheid van de zogenaamde 'staartkosten' (bouwplaatskosten, algemene kosten, winst en verzekering) die de aannemer in rekening bracht. De VvE stelt dat deze kosten onredelijk hoog zijn, terwijl de gemeente dit betwist met verwijzing naar de stedelijke locatie en marktomstandigheden. De rechtbank concludeert dat een deel van de staartkosten terecht wordt verminderd van 24,6% naar 17%, omdat de VvE aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten te hoog zijn.
Verder wordt beoordeeld of kosten zoals kraan- en containerkosten en steigerhuur volledig voor rekening van de VvE komen. De rechtbank vindt dat de VvE onvoldoende concreet heeft betwist dat deze kosten noodzakelijk waren voor de bestuursdwang, behalve de huurkosten van steigers die deels voor andere werkzaamheden zijn gebruikt. De gemeente moet nader inzicht geven in de verhouding van deze huurkosten.
Ten slotte gaat de rechtbank in op het beroep van de VvE op de lonendheidsberekening als maatstaf voor redelijkheid van de kosten. Deze berekening, bedoeld voor de toetsing van het bestuursdwangbesluit, is volgens de rechtbank niet geschikt om de redelijkheid van de uiteindelijke kosten te beoordelen. Ook het beroep op gerechtvaardigd vertrouwen in een kostenbeperking tot f 20.000 gulden per eigenaar wordt verworpen wegens onvoldoende concretisering en onderbouwing.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering toe met verlaging van de staartkosten tot 17% en houdt beslissing aan voor nadere onderbouwing van huurkosten steigers.