ECLI:NL:RBROT:2010:BO3768
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- De Pauw Gerlings-Döhrn
- De Jong
- Wurzer-Leenhouts
- Rechtspraak.nl
Veroordeling 12-jarige verdachte voor verkrachting 6-jarig meisje in België
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak van een 12-jarige verdachte die werd verdacht van verkrachting van een 6-jarig meisje in België. De zaak riep vragen op over de rechtsmacht van Nederland, omdat de feiten in België plaatsvonden en de verdachte minderjarig was. De rechtbank oordeelde dat Nederland op grond van artikel 5a Sr eigenstandige rechtsmacht heeft, ondanks het feit dat België ook rechtsmacht bezit en minderjarigen daar onder de jeugdbescherming vallen.
De bewezenverklaring berustte op verklaringen van het slachtoffer en haar broer, alsmede op het medisch-wettig rapport van een arts die een kwetsuur vaststelde die duidde op seksueel binnendringen. De verdachte ontkende, maar de rechtbank achtte het bewijs wettig en overtuigend. De term 'vagina' werd in spreektaal uitgelegd, waardoor ook het vastgestelde letsel onder verkrachting valt.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een voorwaardelijke jeugddetentie van één maand met een proeftijd van één jaar, waarbij de tenuitvoerlegging wordt opgeschort zolang de verdachte zich niet schuldig maakt aan nieuwe strafbare feiten. De strafmotivering hield rekening met de ernst van het feit, de leeftijd van de verdachte en het ontbreken van eerdere veroordelingen. Een persoonlijkheidsonderzoek werd afgewezen vanwege het ontbreken van aanwijzingen voor onderliggende problematiek.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot voorwaardelijke jeugddetentie van één maand wegens verkrachting van een 6-jarig meisje.