ECLI:NL:RBROT:2010:BO2894
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom AFM wegens bemiddelen zonder vergunning
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening van een internetmarketingbedrijf tegen een last onder dwangsom opgelegd door de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De last is opgelegd omdat verzoekster zonder vergunning bemiddelde in hypothecair krediet, wat verboden is volgens artikel 2:80 van Pro de Wet op het financieel toezicht (Wft).
Verzoekster exploiteert een website waarop consumenten renteoffertes kunnen vergelijken en aanvragen bij geregistreerde kredietaanbieders. AFM stelt dat deze activiteiten kwalificeren als bemiddelen in de zin van artikel 1:1 Wft Pro, waarvoor een vergunning vereist is. Verzoekster betwist dit en stelt dat zij geen inhoudelijke betrokkenheid heeft bij de totstandkoming van kredietovereenkomsten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de werkwijze van verzoekster wel degelijk bemiddelen inhoudt, omdat zij als tussenpersoon optreedt door het verzamelen en doorgeven van consumentengegevens aan aanbieders, die hiervoor betalen. De consument maakt een beperkte keuze uit geregistreerde aanbieders en de gegevensoverdracht is geautomatiseerd maar inhoudelijk betrokken.
Daarom is de last onder dwangsom terecht opgelegd en is er geen aanleiding voor schorsing van deze last of de publicatie daarvan. Wel wordt de begunstigingstermijn kort geschorst om verzoekster alsnog de mogelijkheid te bieden aan de last te voldoen en verbeuren van de dwangsom te voorkomen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening verder af en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, met een korte schorsing van de begunstigingstermijn om verbeuren van de dwangsom te voorkomen.