ECLI:NL:RBROT:2010:BO1695
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J.A.M. Cooijmans
- E. Mentink
- Th. Veling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststellingsovereenkomst en ontbinding koop- en realisatieovereenkomst Parkvilla’s
De rechtbank Rotterdam behandelt een geschil tussen Panagro en OCB over meerdere overeenkomsten betreffende de ontwikkeling van de Burgemeesterswijk. Centraal staat de vraag of OCB partij is bij een vaststellingsovereenkomst die de samenwerking beëindigt en of de kwijtingsclausule daarin ook de koop- en realisatieovereenkomst Torens Waterweg omvat.
De rechtbank oordeelt dat OCB, hoewel niet rechtstreeks ondertekend, door vertegenwoordiging partij is bij de vaststellingsovereenkomst. Hierdoor strekt de kwijtingsclausule zich ook uit over de factuur uit de Torens Waterweg-overeenkomst, waardoor Panagro geen nakoming kan vorderen.
Verder is er discussie over de levering van grond voor de Parkvilla’s binnen een contractueel bepaalde termijn van dertig dagen. OCB leverde niet tijdig, maar stelt dat Panagro stilzwijgend instemde met verlenging vanwege vertraging in het verkavelingsplan. Panagro heeft de overeenkomst ontbonden wegens wanprestatie en beroept zich op onvoorziene omstandigheden door de vastgoedcrisis.
De rechtbank stelt dat Panagro in beginsel gerechtigd was tot ontbinding, tenzij stilzwijgende verlenging wordt bewezen. Ook is het beroep op onvoorziene omstandigheden nog onvoldoende onderbouwd. Partijen krijgen gelegenheid om nadere stukken en conclusies in te dienen, waarna verdere beslissing volgt.
De zaak wordt aangehouden voor conclusies na tussenvonnis en eventueel comparitie, met nadruk op het belang van een minnelijke regeling.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de factuur wordt afgewezen wegens kwijting, overige vorderingen worden aangehouden voor nadere behandeling.