ECLI:NL:RBROT:2010:BO1015
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkstelling assurantietussenpersoon wegens ontbreken rechtsopvolging
Shoeby vordert dat HW Assurantiën aansprakelijk wordt gesteld voor het niet vergoeden van schade aan een pand door de verzekering van Fortis, nadat de opstalverzekering via HW Assurantiën was gewijzigd van een all risk polis bij Chubb naar een minder uitgebreide polis bij Fortis. De schade ontstond in 2005 door instorting van het dak en de wandconstructie.
Shoeby stelt dat zij als rechtsopvolgster van de Van Deursen Groep rechten kan ontlenen aan de verzekeringsovereenkomst en dat HW Assurantiën haar zorgplicht heeft geschonden door niet te waarschuwen voor de beperkingen in de nieuwe polis. HW Assurantiën betwist dit en voert aan dat Shoeby geen rechtsopvolger is en dat de vorderingsrechten niet op haar zijn overgegaan.
De rechtbank oordeelt dat Shoeby geen rechtsopvolging onder algemene titel heeft verkregen en dat de vorderingsrechten die zij probeert te doen gelden niet als kwalitatieve rechten zijn overgegaan bij de overdracht van het pand. Zonder een geldige cessie zijn deze rechten niet op Shoeby overgegaan. Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt Shoeby in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Shoeby tegen HW Assurantiën wordt afgewezen wegens het ontbreken van rechtsopvolging en onvoldoende bewijs van aansprakelijkheid.