ECLI:NL:RBROT:2010:BO0839
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige uitlatingen advocaat en onrechtmatig verlopen executieveiling afgewezen
In deze civiele procedure stonden twee zaken centraal: de onrechtmatigheid van uitlatingen van een advocaat jegens een tegenpartij en de rechtmatigheid van een executieveiling van machines. De eiser stelde dat de advocaat onrechtmatig had gehandeld door grievende uitlatingen te doen, waaronder een vergelijking met de zedenzaak Dutroux, en dat de executieveiling onrechtmatig was verlopen en tegen een te lage prijs had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat de advocaat inderdaad onrechtmatig had gehandeld door de vergelijking met de Dutroux-zaak te maken, omdat dit onnodig grievend en ongepast was in een puur zakelijk geschil. De overige uitlatingen waren echter niet onrechtmatig, aangezien zij binnen de ruime vrijheid van een advocaat in een civiele procedure vielen. Verder werd geoordeeld dat de advocaat niet onrechtmatig had gehandeld bij het effectueren van een betaling van €400.000,- en dat er onvoldoende onderbouwing was voor een verplichting tot verantwoording over gemaakte kosten.
Ten aanzien van de executieveiling stelde de rechtbank dat de veiling niet onrechtmatig was verlopen. De opbrengst van €40.000,- was een reële afspiegeling van de marktwaarde, en er was geen bewijs dat de veiling gemanipuleerd was. De verantwoordelijkheid voor de veiling lag bij de deurwaarder, niet bij de advocaat. De vorderingen van Lamas c.s. werden dan ook afgewezen. De proceskosten werden deels gecompenseerd en deels aan Lamas c.s. opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart onrechtmatig de vergelijking met de Dutroux-zaak door de advocaat, wijst verder de overige vorderingen af en veroordeelt Lamas c.s. in de proceskosten.