ECLI:NL:RBROT:2010:BN9381
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Schorsing last onder dwangsom wegens strijd met artikel 1:75 Wft inzake openbreken overeenkomsten
In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 15 september 2010 uitspraak gedaan over een verzoek tot voorlopige voorziening van [A] tegen een last onder dwangsom opgelegd door de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De last onder dwangsom verplichtte [A] te stoppen met het beheren van beleggingsobjecten die onder een bepaald nominaal bedrag vielen, totdat aan de regelgeving werd voldaan.
De voorzieningenrechter overwoog dat volgens artikel 1:75, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) een aanwijzing niet mag leiden tot aantasting van bestaande overeenkomsten. Eerder is in een uitspraak van 4 december 2009 geoordeeld dat het staken van werkzaamheden met betrekking tot reeds afgesloten overeenkomsten in strijd is met dit artikel. De voorzieningenrechter achtte deze jurisprudentie ook van toepassing op een last onder dwangsom, aangezien dit een specifieke aanwijzing met een dwangsom betreft.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verbod om overeenkomsten open te breken ook hier geldt en dat de vraag of artikel 1:79 Wft Pro meer toestaat dan artikel 1:75 Wft Pro principieel is en in een bodemprocedure door een meervoudige kamer moet worden beantwoord. Gezien de twijfel aan de rechtmatigheid van de last onder dwangsom en de beslissing tot openbaarmaking daarvan, werd het bestreden besluit geschorst.
Daarnaast werd AFM veroordeeld in de proceskosten en werd bepaald dat het betaalde griffierecht aan [A] wordt vergoed.
Uitkomst: De last onder dwangsom en de beslissing tot openbaarmaking worden geschorst wegens strijd met artikel 1:75, derde lid, Wft.