ECLI:NL:RBROT:2010:BN8798
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot medewerking woningruil wegens onvoldoende zwaarwichtig belang huurster
In deze zaak vordert de huurster dat de verhuurder Com Wonen wordt veroordeeld tot medewerking aan een woningruil waarbij een ander dan zijzelf in de huurovereenkomst wordt opgenomen. De huurovereenkomst was recent gesloten en de verhuurder weigert medewerking vanwege het beleid dat huurders minimaal twee jaar bij hen moeten huren om in aanmerking te komen voor woningruil.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering niet als voorlopige voorziening kan worden toegewezen omdat het een constitutieve wijziging van de huurovereenkomst betreft. Tevens is de vordering onvoldoende bepaald doordat de derde partij niet bij naam is genoemd, wat voor de verhuurder essentieel is om diens geschiktheid te beoordelen.
Daarnaast is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de huurster een zwaarwichtig belang heeft bij de woningruil. De vermeende overlast door haar ex-echtgenoot in hetzelfde wooncomplex is onvoldoende onderbouwd en de woningruil zou het probleem waarschijnlijk niet oplossen. De voorzieningenrechter wijst daarom de vordering af en veroordeelt de huurster in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot medewerking aan woningruil wordt afgewezen wegens onvoldoende zwaarwichtig belang en onduidelijkheid over de derde partij.