ECLI:NL:RBROT:2010:BN4543
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onrechtmatige ontruiming door deurwaarderskantoor
Eiser vordert schadevergoeding wegens een onrechtmatige ontruiming van zijn appartement door het deurwaarderskantoor [gedaagde 1]. Hij stelt dat ontruimings- en executiekosten ten onrechte op hem zijn verhaald en dat het loonbeslag onterecht is gelegd. De rechtbank stelt vast dat de vorderingen zich niet duidelijk richten tot de juiste partij en dat het deurwaarderskantoor als onafhankelijk functionaris niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de uitvoering van het vonnis.
De rechtbank overweegt dat de deurwaarder een ambtelijke taak heeft met een ministerieplicht, maar ook een zorgvuldigheidsverplichting jegens derden. De deurwaarder is de enige die verantwoordelijk is voor zijn handelen en kan niet worden aangesproken via het kantoor. De vorderingen zijn onvoldoende bepaalbaar en deels onduidelijk geformuleerd, waardoor inhoudelijke beoordeling niet mogelijk is.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het vonnis van 15 april 2008 een kennelijke misslag bevatte, maar dat de gebruiksvergoeding vanaf november 2007 verschuldigd was en dat er geen grond is voor opheffing van het beslag. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 898,-.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige ontruiming wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.