ECLI:NL:RBROT:2010:BN4446
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen heffing Wet financiële dienstverlening wegens te late indiening
Eiser had bezwaar gemaakt tegen een heffing van €770,- opgelegd door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) op grond van de Wet financiële dienstverlening (Wfd). De rechtbank moest beoordelen of het bezwaar tijdig was ingediend en of een eerdere brief van eiser als bezwaarschrift kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 30 november 2006 niet als bezwaarschrift kon worden gezien, maar als intrekking van een vergunningaanvraag. De daadwerkelijke bezwaartermijn begon te lopen vanaf de factuurdatum van 21 november 2006, waartegen het bezwaar pas op 26 april 2007 werd ingediend, ruim na de zeswekentermijn.
De rechtbank verwierp het verweer dat eiser niet duidelijk was dat bezwaar mogelijk was en dat hem telefonisch was toegezegd dat de factuur zou vervallen. De overschrijding van de termijn werd niet als verschoonbaar beschouwd. Daarom werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de heffing is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.