ECLI:NL:RBROT:2010:BN3594
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid reisorganisator bij busongeval tijdens bedevaartsreis naar Saoedi-Arabië
Eisers namen in 2005 deel aan een bedevaartsreis naar Saoedi-Arabië waarbij een busongeval plaatsvond. Hierbij raakten zij gewond, waaronder een amputatie van het rechteronderbeen van eiser sub 2. Eisers stelden gedaagde, de reisorganisator, aansprakelijk wegens tekortkoming en onrechtmatige daad, omdat gedaagde geen reisverzekering had afgesloten en het vervoer ter plaatse door derden was geregeld.
Gedaagde voerde verweer met onder meer een beroep op het ne bis in idem-beginsel en rechtsverwerking, verwijzend naar een eerdere procedure in Saoedi-Arabië tegen de vervoerder [X], waarbij een schadevergoeding was toegekend. De rechtbank verwierp deze verweren, omdat de eerdere procedure niet tegen gedaagde was gericht en eisers zich tot de civiele rechter kunnen wenden voor beoordeling van hun vordering jegens gedaagde.
De rechtbank kwalificeerde de overeenkomst tussen partijen als een reisovereenkomst in de zin van artikel 7:500 BW Pro, waarbij gedaagde als reisorganisator verantwoordelijk is voor de geleverde diensten. De vraag of het vervoer ter plaatse onderdeel uitmaakte van de reisovereenkomst was echter onduidelijk en moest door eisers worden bewezen. De rechtbank gelastte een comparitie om bewijslevering en verdere procesgang te bespreken.
De uitspraak bevestigt dat reisorganisatoren aansprakelijk kunnen zijn voor schade door derden ingeschakelde vervoerders indien het vervoer onderdeel is van de reisovereenkomst, en dat eerdere procedures tegen andere partijen niet automatisch uitsluiting van vordering betekenen.
Uitkomst: Rechtbank oordeelt dat eisers recht hebben op beoordeling van hun schadevordering tegen reisorganisator en wijst verweren van gedaagde af.