ECLI:NL:RBROT:2010:BN3528
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtszaak over pandrecht en doorbetalingen bij faillissement van Jyden-Juka BV
De zaak betreft een geschil over de uitoefening van een stil en vervolgens openbaar pandrecht op vorderingen van de gefailleerde Jyden-Juka BV door CHR Investment B.V. De curator van Jyden-Juka stelt dat CHR ten onrechte bedragen heeft geïnd en gehouden die volgens hem aan de boedel toekomen.
De rechtbank stelt vast dat op grond van een pandakte van 15 februari 2006 en de daarop volgende registratie bij de Belastingdienst op 28 februari 2006 een stil pandrecht op de vorderingen van Jyden-Juka op haar debiteuren is gevestigd. Door mededeling aan de debiteuren op 6 september 2006 is dit stil pandrecht omgezet in een openbaar pandrecht. CHR was daarmee bevoegd om de vorderingen te innen en de opbrengsten te behouden.
De curator betwist de geldigheid van het pandrecht en de rechtmatigheid van de doorbetalingen aan CHR, zowel vóór als na het faillissement van Jyden-Juka. De rechtbank oordeelt dat de pandakte voldoende specifiek is en dat de doorbetalingen niet onrechtmatig zijn, mede omdat CHR niet wist van het faillissementsverzoek ten tijde van de doorbetalingen. Ook het beroep van de curator op faillissementsrechtelijke bepalingen en onrechtmatige daad faalt.
De vorderingen van de curator worden daarom afgewezen. CHR vordert op haar beurt dat de curator onrechtmatig heeft gehandeld, maar ook deze vordering wordt door de rechtbank verworpen. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af en bevestigt het recht van CHR op inning van de vorderingen op basis van het pandrecht.