ECLI:NL:RBROT:2010:BN3501
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning na overlijden huurder wegens niet tijdig voortzetting huurvordering
Stichting Stadswonen verhuurde een woning aan de moeder van gedaagde, die op 12 juni 2009 overleed. Gedaagde, de dochter, bleef in de woning wonen en betaalde de huur, maar stelde geen vordering tot voortzetting van de huur binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes maanden in.
Stichting Stadswonen vorderde ontruiming van de woning omdat gedaagde geen recht of titel tot verblijf had. Gedaagde voerde aan dat zij een duurzame gemeenschappelijke huishouding met haar moeder voerde en dat Stadswonen haar had moeten wijzen op de mogelijkheid om binnen zes maanden een voortzettingsvordering in te stellen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de zesmaandstermijn een fatale termijn is en dat gedaagde onvoldoende bijzondere omstandigheden had gesteld om hiervan af te wijken. Ook rustte er geen waarschuwingsplicht op Stadswonen. De vraag of sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding kon in dit kort geding niet worden vastgesteld.
Daarom werd de vordering tot ontruiming toegewezen met een termijn tot 1 september 2010 om de ontruiming voor te bereiden. De gevorderde machtiging voor ontruiming met de sterke arm werd afgewezen als overbodig. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning uiterlijk 1 september 2010 wegens niet tijdig instellen van voortzettingsvordering huur.