ECLI:NL:RBROT:2010:BN2121
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen geldige koopovereenkomst wegens ontbreken schriftelijkheidsvereiste bij verkoop woning
Partijen waren overeengekomen een woning te verkopen voor een bedrag van €1.050.000,-, waarbij een intentieverklaring en een niet-ondertekende koopovereenkomst werden overgelegd. De koper stelde dat er geen geldige koopovereenkomst tot stand was gekomen omdat de koopakte niet was ondertekend en de schriftelijkheidsvereiste uit artikel 7:2 BW Pro niet was nageleefd.
De rechtbank stelde vast dat de intentieverklaring slechts de bedoeling van partijen uitdrukt en niet als koopovereenkomst kan gelden. De koopovereenkomst was niet geparafeerd of ondertekend door partijen, en de koper had na ontvangst van de koopakte drie dagen bedenktijd om de koop te ontbinden. Hierdoor was geen bindende koopovereenkomst gesloten.
De eiser vorderde betaling van een contractuele boete en schadevergoeding, maar de rechtbank wees deze af wegens het ontbreken van een geldige overeenkomst. De subsidiaire vordering wegens toerekenbare tekortkoming faalde eveneens. In reconventie vorderde de gedaagde schadevergoeding wegens onrechtmatige beslaglegging, maar dit werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Beide partijen werden veroordeeld in hun proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van het schriftelijkheidsvereiste bij de koop van onroerende zaken en de beschermende werking van de bedenktijd voor consumenten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens het ontbreken van een geldige koopovereenkomst en veroordeelt partijen in hun proceskosten.