ECLI:NL:RBROT:2010:BN1643
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Driel
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden en alimentatie na echtscheiding met recht op Mahr
Partijen zijn sinds juli 2008 feitelijk gescheiden en bij beschikking van 30 september 2009 is de echtscheiding uitgesproken. De rechtbank behandelt de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden, alimentatie en gebruik van de woning en inboedel. De vrouw verzoekt een alimentatiebijdrage van de man, die een uitkering ontvangt en onvoldoende draagkracht heeft. De rechtbank wijst dit verzoek af.
De huwelijkse voorwaarden bepalen dat de vrouw recht heeft op een Mahr van €41.786, welke de man moet voldoen. De woning en hypothecaire lasten komen toe aan de vrouw, die ook het gebruik van de inboedel tot zes maanden na inschrijving echtscheiding mag voortzetten tegen nihil vergoeding. Diverse schulden en bankrekeningen worden verdeeld conform de huwelijkse voorwaarden en feitelijke situatie.
De rechtbank wijst verzoeken af tot afgifte van persoonlijke foto’s en eigendomspapieren, en tot medewerking aan kerkelijke echtscheiding. De wettelijke rente wordt niet toegewezen wegens onduidelijkheid over verzuim. De procedure wordt aangehouden voor nadere informatie over een lening bij FBTO.
De man heeft geen draagkracht voor alimentatie, de vrouw kan niet volledig in haar behoefte voorzien en het recht op Mahr staat los van alimentatieverplichting. De rechtbank volgt de huwelijkse voorwaarden en Nederlandse wetgeving in haar oordeel.
Uitkomst: Het verzoek tot alimentatie wordt afgewezen wegens gebrek aan draagkracht, de vrouw krijgt recht op Mahr en voortgezet gebruik van woning en inboedel.