ECLI:NL:RBROT:2010:BN1321
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verbinding van gehomologeerd akkoord aan preferente schuldeiser bij faillissement
In deze zaak staat centraal of de gemeente, als preferente schuldeiser, ondanks een gehomologeerd akkoord in het faillissement van eiser, haar vorderingen uit hoofde van teruggevorderde bijstandsuitkeringen mag incasseren. Eiser ontving diverse bijstandsuitkeringen, waarvan de gemeente een deel terugvorderde. Na het faillissement van eiser meldde de gemeente haar vorderingen als preferente vorderingen aan bij de curator. Een akkoord werd voorgesteld en gehomologeerd, maar de gemeente stemde hier niet mee in.
De verificatievergadering vond plaats zonder aanwezigheid van de gemeente, waarna het akkoord werd aangenomen en het faillissement werd beëindigd. De gemeente ontving een deel van haar vorderingen op basis van het akkoord. Eiser vordert dat de gemeente de incasso staakt, stellende dat het akkoord verbindend is.
De rechtbank overweegt dat artikel 157 Faillissementswet Pro het akkoord verbindend verklaart voor schuldeisers zonder voorrang, maar dat dit ook geldt voor schuldeisers die als concurrent zijn geverifieerd, ook al hebben zij voorrang. De gemeente lijkt haar preferente vorderingen als concurrente vorderingen te hebben laten verifiëren, wat haar bindt aan het akkoord. De rechtbank gelast een comparitie om nadere duidelijkheid te verkrijgen over de verificatie van de vorderingen en stelt partijen in de gelegenheid zich hierover uit te laten.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en gelast een comparitie om de verificatie van de vorderingen nader te onderzoeken.