ECLI:NL:RBROT:2010:BM7094
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gerechtsdeurwaarder voor onzorgvuldige executoriale verkoop roerende zaken
In deze civiele procedure vorderen Lamas B.V. en verbonden vennootschappen een verklaring voor recht dat de gerechtsdeurwaarder en diens kantoor onrechtmatig hebben gehandeld bij de executoriale verkoop van roerende zaken die onder beslag lagen. De executoriale verkoop vond plaats nadat conservatoir en executoriaal beslag was gelegd op machines en andere goederen in een verlaten vleesfabriek te Cuijk en een buitenterrein in Oss.
De deurwaarder ontving een fax van de advocaat van Pius Inter B.V., die stelde dat bepaalde goederen eigendom waren van Pius en niet van Lamas, en verzocht de verkoop van die goederen te staken. De deurwaarder volstond met het doorsturen van dit bericht naar de advocaat van de executant en zette de veiling door. De rechtbank oordeelt dat de deurwaarder als onafhankelijke functionaris een zorgvuldige afweging had moeten maken en nader onderzoek had moeten verrichten, bijvoorbeeld via een deurwaarders-kort geding, alvorens door te gaan met de verkoop.
De rechtbank wijst de vordering tegen het deurwaarderskantoor af, omdat geen bewijs is geleverd dat dit rechtspersoonlijk aansprakelijk is. De vordering tegen de deurwaarder persoonlijk wordt niet afgewezen, maar de deurwaarder krijgt de gelegenheid bewijs te leveren dat de goederen daadwerkelijk eigendom waren van de geëxecuteerde (Lamas) en niet van Pius. Indien dit bewijs slaagt, zal de vordering worden afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de lagere opbrengst van de veiling niet zonder meer aan de deurwaarder kan worden toegerekend en dat de veilingvoorwaarden en bekendmaking in het Algemeen Dagblad aan de wettelijke eisen voldeden.
De beslissing houdt de verdere procedure aan totdat het bewijs over eigendom is geleverd. De deurwaarder dient getuigen op te geven en de relevante bijlagen te overleggen. De rechtbank benadrukt dat de deurwaarder zijn ministerieplicht moet uitvoeren met zorgvuldigheid en onafhankelijkheid, en niet als willoos werktuig van de executant mag optreden.
Uitkomst: De deurwaarder is persoonlijk aansprakelijk voor onrechtmatig handelen tenzij hij bewijs levert dat de goederen eigendom waren van de geëxecuteerde; verdere beslissing wordt aangehouden.