ECLI:NL:RBROT:2010:BM6513
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- P.F.G.T. Hofmeijer - Rutten
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en onrechtmatige concurrentie na beëindiging arbeidsovereenkomst
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres, een onderneming actief in bevoorrading van militaire kampementen, onder meer het verbod aan gedaagden om verkoopovereenkomsten te sluiten die haar afnemers benadelen. De gedaagden zijn voormalige werknemers en verbonden vennootschappen. De voorzieningenrechter onderzoekt de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en de vraag of sprake is van schending van non-concurrentie- en geheimhoudingsbedingen en onrechtmatige concurrentie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat voor gedaagde sub 1, woonachtig in België, de Nederlandse voorzieningenrechter niet bevoegd is op grond van EG-verordening 44/2001, afdeling 5, en dat de Belgische rechter bevoegd is. Voor Eudisca geldt eveneens geen bevoegdheid van de Nederlandse rechter. Gedaagde sub 2 heeft geen onbevoegdheidsverweer gevoerd en wordt geacht de Nederlandse forumkeuze te hebben aanvaard.
Ten aanzien van gedaagde sub 2 en sub 4 is niet aannemelijk dat zij vertrouwelijke bedrijfsinformatie hebben misbruikt of onrechtmatig hebben gehandeld. Het non-concurrentiebeding geldt niet meer na afloop van de overeengekomen periode. Ook de betrokkenheid van gedaagde sub 4 bij Crown en het verstrekken van een geldlening aan Crown leidt niet tot onrechtmatig handelen. De vorderingen jegens Crown en Hoogies worden eveneens afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatigheid of concrete dreiging.
De voorzieningenrechter wijst alle vorderingen af, behalve dat eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af en verklaart zich onbevoegd ten aanzien van gedaagde sub 1 en Eudisca.