ECLI:NL:RBROT:2010:BM2519
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Klein Wolterink
- Van der Bijl-de Jong
- Mantel-Duetz
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens invoer van grote hoeveelheid cocaïne in Rotterdamse haven
De rechtbank Rotterdam heeft op 26 april 2010 de verdachte veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van het opzettelijk binnenbrengen van circa 327 kilogram cocaïne in de haven van Rotterdam. De zaak begon met informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) over een Colombiaanse man die een partij cocaïne zou ontvangen. Deze informatie, hoewel zonder oordeel over betrouwbaarheid, was concreet genoeg voor het starten van een onderzoek en het inzetten van bijzondere opsporingsbevoegdheden zoals telefoontaps.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs, waaronder de telefoontap en andere bewijsmiddelen, rechtmatig was verkregen. Wel werd vastgesteld dat het inloggen op het hotmailaccount van een medeverdachte zonder toestemming van de gebruiker een vormverzuim was, maar dit leidde niet tot uitsluiting van bewijs omdat de persoonlijke levenssfeer van de verdachte niet was geschaad.
De verdediging voerde psychische overmacht aan wegens angst voor het welzijn van de familie in Colombia, maar de rechtbank verwierp dit verweer wegens onvoldoende bewijs van dergelijke druk tijdens het gepleegde feit. De ernst van het feit, de georganiseerde aard en het gevaar voor de volksgezondheid werden zwaar meegewogen bij de strafoplegging. De verdachte had geen eerdere veroordelingen in Nederland, wat in zijn voordeel werd meegenomen.
Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen. De rechtbank sprak de verdachte vrij van andere tenlasteleggingen dan de bewezenverklaarde invoer en veroordeelde hem tot vijf jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van invoer van circa 327 kilogram cocaïne.