ECLI:NL:RBROT:2010:BM1610
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. Steenderen-Koornneef
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning wegens geen huurbescherming bij onderhuur van gedeelde woning
In deze zaak vordert Stichting Maasdelta Groep (MDG) de ontruiming van een woning te Maassluis die door [gedaagde] wordt bewoond. De woning was oorspronkelijk verhuurd aan [X], die inmiddels vertrokken is. [gedaagde] verblijft zonder recht of titel in de woning.
De voorzieningenrechter stelt vast dat sprake is van onderhuur, waarbij [gedaagde] slechts een gedeelte van de woning gebruikt en een vergoeding betaalt. Omdat de hoofdhuurder zelf ook in de woning woonde, betreft het geen zelfstandige woning in de zin van artikel 7:269 BW Pro, waardoor geen huurbescherming geldt voor [gedaagde].
De rechtbank oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is en dat van de verhuurder niet redelijkerwijs kan worden verlangd dat de huurder het gehuurde blijft gebruiken. De vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen, met een dwangsom voor het geval van niet-naleving. Tevens wordt [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de woning wordt toegewezen omdat geen huurbescherming geldt voor de onderhuur van een niet-zelfstandige woning.