ECLI:NL:RBROT:2010:BM0973
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag wegens onvoldoende aannemelijkheid koopovereenkomst onroerend goed
In deze kort geding procedure vordert eiseres de opheffing van het conservatoir beslag tot levering van een pand waarop zij het zakelijk recht van erfpacht heeft, alsmede een verbod aan gedaagde DRVM om het pand op haar website te koop aan te bieden. DRVM stelt dat een geldige koopovereenkomst tot stand is gekomen voor een bedrag van EUR 390.000,- met levering gesplitst in appartementsrechten.
De voorzieningenrechter stelt vast dat partijen het niet eens zijn over het bestaan van een koopovereenkomst. Uit de concept koopovereenkomst, opgesteld volgens het NVM-model, blijkt dat verplichtingen pas ontstaan na ondertekening door beide partijen. Het enige bewijs van instemming van eiseres bestaat uit een summier e-mailbericht van haar makelaar, terwijl eiseres gemotiveerd betwist dat de makelaar na 6 november 2009 namens haar heeft gehandeld.
De rechter oordeelt dat DRVM zich niet met succes kan beroepen op schijn van volmacht van de makelaar. Gezien het ontbreken van direct contact en duidelijke gedragingen van eiseres die instemming met de verkoop zouden rechtvaardigen, is de koopovereenkomst onvoldoende aannemelijk. Het beslag wordt daarom opgeheven, mede gelet op het spoedeisende belang van eiseres en het risico op vertraging bij een bodemprocedure.
Daarnaast wordt DRVM verboden het pand op haar website te koop aan te bieden, omdat dit de verkoop aan derden zou kunnen bemoeilijken. DRVM wordt veroordeeld in de proceskosten en een dwangsom opgelegd voor het geval zij het vonnis niet naleeft.
Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt opgeheven en DRVM wordt verboden het pand op haar website te koop aan te bieden.