ECLI:NL:RBROT:2010:BL9760
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffing kosten vergunningaanvraag door AFM na intrekking aanvraag
SenseAd diende een vergunningaanvraag in bij de AFM, maar trok deze aanvraag later in. AFM legde daarop een heffing op voor de kosten verbonden aan de vergunningaanvraag, ondanks de intrekking. SenseAd betwistte deze heffing en stelde dat zij niet gehouden was tot betaling omdat de aanvraag was ingetrokken en AFM geen advies had gegeven over de kosten.
De rechtbank overwoog dat de heffing gebaseerd is op wettelijke bepalingen die kosten koppelen aan het in behandeling nemen van een aanvraag, ongeacht of de vergunning uiteindelijk wordt verleend. De intrekking door SenseAd ontslaat haar niet van de betalingsverplichting. Ook is geen sprake van onredelijkheid of schending van het profijtbeginsel, aangezien de kosten vooraf zijn begroot en gelden voor de categorie van financiële dienstverleners als geheel.
Verder faalden de bezwaren van SenseAd over de termijnoverschrijding van de bezwaarprocedure en het ontbreken van voorafgaande informatie over kosten. De rechtbank concludeerde dat AFM terecht geen gebruik maakte van haar matigingsbevoegdheid en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van SenseAd wordt ongegrond verklaard en de heffing van € 2.895,- door AFM wordt bevestigd.